3 mei 2022, door Carl Deconinck

Kinderpsychiater waarschuwt: Transseksualiteit is een 'tijdgeestverschijnsel'

Een nieuwe wetsvoorstel rond transseksualiteit is het onderwerp van debat in Duitsland. De groene partij wil de oude wet afschaffen, en wil in de plaats vertrekken vanuit het principe op zelfbeschikking. Het groene voorstel is helemaal in lijn met de heersende progressieve ideologie. Dr. Alexander Korte trekt echter aan de alarmbel.

 

Dr. Korte is senior arts van het Universitair Ziekenhuis München en behandelt sinds 2004 adolescenten die zich “in het verkeerde lichaam” voelen. De jeugdpsychiater trekt daarover aan de alarmbellen. Hij spreekt al langer van een ware “transhype”. Korte waarschuwt voor het gevaar van te snel handelen, maar krijgt nu het verwijt “te rechts” te zijn. Hij beweert nochtans zelf zeer links te zijn: “In het Münsterland, waar ik opgroeide, was mijn vader spd-voorzitter en fervent aanhanger van Willy Brandt. Als kind mocht ik voor mijn vader altijd SPD-reclame in de brievenbussen gooien. Ik ben opgegroeid met “Kernenergie? Nee bedankt”, de dubbele beslissing van de NAVO en de ecologische beweging. Dit is nog steeds het belangrijkste onderwerp voor mij vandaag.”

Over dit thema beroept hij zich echter niet op zijn linkse pedigree, maar op de wetenschap. “Ik ben verbonden aan de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie, Psychosomatiek en Psychotherapie van de Ludwig-Maximilians-Universiteit München en houd me al bijna 20 jaar met het onderwerp bezig. Ik heb ook psychoanalytische culturele studies gestudeerd. Dit is belangrijk omdat het fenomeen waar we mee te maken hebben een breder perspectief vereist.”

Kwetsbare groep

Vanuit dat perspectief noemt hij het trans-gegeven “een tijdgeestfenomeen”. Korte legt uit: “Trans is duidelijk een nieuw identificatiemodel waarvoor een sociale ontvangstruimte is. En dit spreekt vooral een kwetsbare groep vrouwelijke adolescenten aan. 85 procent van degenen die als trans zijn geïdentificeerd, zijn biologische meisjes. Dit is een internationaal fenomeen. In Zweden steeg de incidentie van diagnose bij meisjes van 13 tot 17 jaar met 1.500 procent van 2008 tot 2018.”

De exponentiële stijging van het aantal transgenders is volgens hem het gevolg van de omgeving, niet van een toename van genderdysforie op zich. Ook ziet hij dat het vaak kinderen van ouders met problemen zijn die zich als trans uiten. “Uit onze ervaring, bekend in de medische literatuur, weten we dat moeders die zelf seksueel getraumatiseerd zijn, aanzienlijk meer kans hebben om genderdysforie te ontwikkelen.” Dat genderidentiteit aangeboren is, noemt hij “absurd”. “Neurobiologisch onderzoek heeft nergens bewezen dat genderidentiteit genetisch zou kunnen zijn. Ook vanuit het oogpunt van de ontwikkelingspsychologie is het absurd om aan te nemen dat identiteit iets is waarmee men geboren wordt. Vanuit mijn oogpunt is identiteit altijd het resultaat van een individuele hechtings- en relatiegeschiedenis en ook lichaamsgeschiedenis.”

De expert wijst daarbij naar Amerikaanse studies die spreken van “Rapid Onset Gender Dysphoria”, een sociale besmettelijkheid rond het fenomeen. Ook ziet hij een belangrijke rol in media, die het fenomeen propageren en verheerlijken. “Het is hip om in bepaalde scènes trans te zijn. En dit spreekt vooral vrouwelijke adolescenten aan die een seksualiteitsgerelateerd innerlijk conflict hebben of lijden aan sociale rolclichés of schoonheidsidealen – of degenen die seksueel getraumatiseerd zijn.” Hij hekelt hoe de media “euforisch” bericht over “zogenaamd ongecompliceerde medische transitie”.

Levenslang afhankelijk

Volgens dokter Korte is het depathologiseringsdebat nefast en schaadt het de getroffenen. Hij hekelt dat enkel politiek activisten dat inzicht ontbeert. Hij vindt ook dat pubertijdsblokkers geven aan jonge kinderen medisch-ethisch bijzonder twijfelachtig is. “We weten uit studies dat de meeste kinderen zich later verzoenen met hun geboortegeslacht. Gender-atypisch gedrag en genderidentiteitsonzekerheid in de kindertijd duiden vaak op homoseksualiteit op volwassen leeftijd. Slechts zeer zelden leidt dit tot een transseksuele identiteit.” Hij wijst er op dat door de grote risico’s en mogelijke gevolgen, de behandeling in Zweden is opgeschort. Hij sterkt zich dan ook met de kennis dat de overgrote meerderheid van zijn collega’s hetzelfde denkt.

Plezier

Korte geeft aan dat er een kleine subgroep bestaat van genderdysfore adolescenten, maar het is heel moeilijk tot onmogelijk om ze als dusdanig te identificeren tijdens de jeugd. Hij stelt vast dat er een groot verschil bestaat tussen jongens en meisjes. Meisjes ervaren meer aversie bij hun eerste menstruatie. Jongens halen omgekeerd veel meer plezier uit hun eerste ejaculatie. Meisjes die het lichaam ontdekken als bron van aangename gevoelens, hebben een veel kleinere kans om transseksuele genderdysforie te ontwikkelen. “Meisjes die een transwens formuleren hebben meestal geen ervaring met masturbatie”. De dokter ziet dan ook een verband met seksueel conflict of een afwijzing van vrouwelijkheid. Hij ziet ook parallellen met anorexia. Wanneer een meisjes daaraan leidt, stapt de omgeving , daar ook niet in mee.