Viktor Orban treedt heftig op tegen pedofilie. Hij vaardigde ook een wet uit die het “afbeelden” en “promoten” van homoseksualiteit en geslachtsverandering verbiedt in het bijzijn van minderjarigen.

Daardoor kan de facto homoseksualiteit niet meer besproken worden in de media, maar ook niet meer in het onderwijs, in de les. Hetzelfde geldt dus voor transgenders. Hoe dit in praktijk afdwingbaar is, valt nog te bezien, maar symbolisch is het wel duidelijk.

Een groep van 14 EU-landen veroordeelt deze wetten en noemt ze “een duidelijke schending van het grondrecht van LGBTI-personen op waardigheid” en “discriminatie op grond van seksuele geaardheid”.

Er is oppositie van 11 landen tegen de LGBTI- ideologie die opgedrongen wordt door het WHO aan onze jongeren. Naast Polen, de buurlanden Kroatië, maar ook Tsjechië en Slovakije, net als Slovenië, gaven geen steun. Balkanlanden als Roemenië en Bulgarije, de zuidelijke EU-landen – zoals Griekenland, Portugal, Malta en Cyprus – zijn niet aan boord (Bron>>).


De nieuwe wet is niet in conflict met de Europese wetgeving. De Hongaarse minister van justitie beoogt met de nieuwe LGTBQ-wet dat de ouders zelf kunnen beslissen over de seksuele opvoeding van hun kinderen in plaats van het onderwijs of de media.

Hij verbiedt scholen om in hun lespakketten het hierover te hebben, uit respect voor ouders die een andere opinie hebben. Het onderwijs moet toegankelijk zijn voor alle gezindten.

Deze agressie op premier Orban toont de graad van democratie binnen de EU. Is er nog ruimte voor een andere aanpak binnen het onderwijs? Hier ziet men hoe dictatoriaal de EU haar zogezegde libertijnse waarden oplegt. Er moet respect zijn voor elke burger/regering met welke opinie ook, zolang de eigenheid van elk individu niet in het gedrang komt.

Het verhaal van deze bezorgde ouder laat zien hoe haar tiener in de war is door de voortdurende genderpropaganda in de media (Lees verder >>).