James Parker | 28 Juni 2019

Vertaald door Dirk Baeten

2018 Pride Parade in New York City, via Wiki Commons

Deze tekst is een vertaling van een artikel geschreven door James Parker, een voormalige homo activist, naar aanleiding van het vijftig jarig jubileum van de Stonewall opstand (Bron >>).

Het oorspronkelijke artikel is online verschenen op 28 juni 2019 onder de titel “Fifty years after the Stonewall riots, what the LGBTQI+ movement needs is less pride and more humility” (Bron >>).

Enkele opmerkingen ter verduidelijking werden tijdens de vertaling tussen haakjes bijgevoegd.

James Parker komt oorspronkelijk uit Engeland en woont sinds enige tijd in Australië.

Samenvatting: James Parker vertelt hoe hij ooit vol overgave actief geweest is in de homobeweging. Hij vertelt over de gevolgde strategie en waar dit toe geleid heeft. Het blijkt dat de resultaten van deze gevolgde weg allesbehalve positief zijn. Zelf heeft hij een radicale ommekeer meegemaakt. Hij zet zich nog steeds in voor mensen die zich als LHBT identificeren, maar doet dit nu op een heel andere manier.

Vijftig jaar geleden vochten homo’s, lesbiennes en travestieten terug toen de politie een beruchte bar binnenviel in New York, de Stonewall Inn (deze bar was in bezit van de maffia en er werd ook aan prostitutie gedaan). De daaropvolgende opstand duurde enkele dagen. Het was het startschot voor de moderne homobeweging, en dit moment heeft vervolgens een bijna mythische status gekregen. Dit weekend worden er op verschillende plaatsen in de wereld ‘pride’ evenementen georganiseerd.

Ik werd een homo activist twintig jaar na de Stonewall rellen. Ik begon te strijden voor een betere wereld waar niemand zich beschaamd zou moeten voelen voor zijn seksualiteit.

Ik was opgegroeid met het idee dat iemands toekomst voortvloeit uit het kunnen accepteren van de realiteit. Mijn realiteit was dat ik mannen leuk vond, en alleen maar mannen.

Het was tijdens mijn puberteit een verschrikkelijk pijnlijke ervaring om te moeten aanvaarden dat ik erotisch aangetrokken was tot mensen van mijn eigen geslacht, en dat ging ook gepaard met zelfmoordgedachten. Door het aanvaarden van mijn realiteit, ontdekte ik een nieuwe innerlijke kracht en doel – en ja, trots (‘pride’).

Voor zover ik weet, was ik de eerste persoon die zich outte in mijn katholieke middelbare school. Ik was ook de eerste die zich outte in mijn universiteit en als gevolg daarvan beschouwde ik het als mijn plicht om op te komen voor lesbische en homo (L & H) rechten. Er waren toen nog geen BTQQIAAPP+2S minderheden.

Ik vernam hoe in 1973 homoseksuele leden van de American Psychological Assocation erin geslaagd waren om door het wijzigen van 81 woorden homoseksualiteit te herdefiniëren, waardoor het niet meer als seksuele afwijking of mentale stoornis werd beschouwd. Vorige week nog hebben Amerikaanse psychoanalytici zich verontschuldigd voor het destijds bestempelen van homoseksualiteit als een ziekte.

In de jaren ’80 werkte ik samen met vooraanstaande homoseksuelen uit Amerika en Engeland. Ik verslond de documenten die zij publiceerden en die alles beschreven wat we nu zien gebeuren.

Hun strategie was dat homoseksuele mannen en vrouwen moesten infiltreren en belangrijke posities verwerven binnen sleuteldomeinen van de samenleving, vooral de entertainment industrie, de mainstream media, opvoeding, politiek, gezondheidszorg – vooral psychologie en psychiatrie, leger, godsdienst en sport. Het doel was om hun positie te gebruiken om homo superioriteit tot stand te brengen. Ja, niet homo normativiteit of zelfs gewoon maar gelijkheid, maar homo superioriteit (binnen de context van dit artikel wordt hiermee bedoeld dat iedere kritiek op homoseksualiteit onmogelijk moest gemaakt worden).

Die homo superioriteit moest bekomen worden door nauwgezet de richtlijnen te volgen van het document met de titel: “After the Ball: How America Will Conquer Its Fear and Hatred of Gays In The 90s”, geschreven door neuropsychiater Marshall Kirk en communicatiespecialist Hunter Madsen.

Voor het geval u het nog niet wist, deze richtlijnen hebben bijzonder goed gewerkt. De belangrijkste thema’s ervan zijn te zien in de zaak rond Israel Folau (Israel Folau is een rugbyspeler in Australië die in opspraak is gekomen nadat hij online kritiek had gegeven op homoseksualiteit).

Er waren acht principes. Het vijfde principe van “After The Ball” stelt dat homo’s moeten voorgesteld worden als slachtoffers, niet als agressieve uitdagers, en de “propaganda” moet meer gericht zijn op “emotionele manipulatie dan logica, omdat het doel ervan is om een verandering tot stand te brengen in de gevoelens van de mensen”.

Die “propaganda”, zo staat er, “mag zonder probleem subjectief en eenzijdig zijn. Daar is niet noodzakelijk iets verkeerd aan.” De zakenwereld (in verschillende landen) is daar volledig in meegegaan.

In het geval tegenstanders de homoseksuele ideologie niet volledig zouden aanvaarden, dan moet men hen beschuldigen van homofobie. Politici en andere vooraanstaande figuren in de maatschappij zijn eveneens marionetten geworden van dit principe.

Iedere uitspraak die ingaat tegen homoseksueel gedrag, of die dat zelfs nog maar in vraag stelt, moet bestempeld worden als “een duidelijke bedreiging voor de openbare orde”. Onderwijs, psychologie, psychiatrie en de mainstream media lopen nu allemaal in de pas van het ‘regenboog’ denken.

Het vijfde principe stelt ook dat “er na verloop van tijd meer en meer diversiteit kan toegevoegd worden aan de beweging”, waarbij worden vermeld “drag queens, mannelijke lesbiennes (bull dykes), en andere ‘exotische’ elementen van de homogemeenschap”. Denk eraan dat dit dertig jaar geleden geschreven is. Nu moeten we niet verder kijken dan lokale boekenwinkels en bibliotheken om dit principe verwezenlijkt te zien (dit verwijst onder andere naar zogenaamde ‘drag queen story hours’ voor kinderen in sommige openbare bibliotheken).

Eenmaal verwezenlijkt, vereist de ‘pride’ dat nieuwe leugens en laster worden toegevoegd om te verhinderen dat het oorspronkelijke bedrog wordt ontmaskerd. Welkom in de wereld van Gay Pride.

Met iedere nieuwe generatie is er een toenemende behoefte om te verzekeren dat iedere sociale laag sterker geïndoctrineerd wordt met gehoorzaamheid aan de oorspronkelijke leugen. Niemand mag beweren dat de keizer geen kleren aanheeft.

Om die reden werd de term “conversie therapie” (of reparatieve therapie) uitgevonden. Deze term wordt de laatste tien jaar gebruikt om iedere hulp die gegeven wordt aan hen die lijden onder ongewenste homoseksuele gevoelens te demoniseren.

Een andere leugen die wordt toegevoegd aan de conversie therapie mythe is de uitdrukking “geïnternaliseerde homofobie”. Deze stelt dat wie zijn erotische gevoelens voor hetzelfde geslacht niet positief wil aanvaarden en beleven, dat die op een of andere manier tegen zichzelf ingaat. Ja, ze zijn zelf hun eigen probleem.

Niets mag onaangeroerd blijven. De leugen dat homoseksualiteit niet alleen goed is, maar ook ‘goddelijk’ en zelfs dat God homo is, moet onophoudelijk herhaald worden.

Dit vereist natuurlijk een complete pervertering van de natuurlijke wereld. Aldous Huxley schreef hier over toen hij het had over de resultaten van de studie van sociale antropoloog J. D. Unwin in het boek “Sex and Culture”. Die studie gaat over tachtig primitieve stammen en zes bekende beschavingen over een tijdspanne van 5000 jaar.

Huxley schreef:

“Sex and Culture is een werk van heel groot belang. Unwin’s conclusies kunnen als volgt worden samengevat. Alle menselijke beschavingen bevinden zich in één van vier culturele condities: zoistisch (dier- en natuurverering), manistisch (voorouderverering), deistisch (godsdienstig), rationeel. Van deze beschavingen heeft de zoistische het minste spirituele en sociale energie en de rationele het meeste. Onderzoek toont aan dat beschavingen met het minste energie diegene zijn waar voorhuwelijkse seksuele onthouding niet wordt opgelegd en waar de gelegenheid tot seksuele bevrediging buiten het huwelijk het grootste is. De culturele toestand van een beschaving verbetert naarmate er voorhuwelijkse en buitenhuwelijkse seksuele onthouding wordt opgelegd.”

Volgens Unwin wordt een natie, nadat ze welvarend is geworden, in toenemende mate liberaal inzake seksuele moraal en het resultaat daarvan is dat het zijn samenhang, drijfveer en doel verliest. Het proces, zo zegt de auteur, is onomkeerbaar:

“In heel de menselijke geschiedenis is er geen enkel geval bekend van een groep die beschaafd wordt, tenzij die groep ook absoluut monogaam is, en is er ook geen voorbeeld bekend van een groep die zijn cultuur behoudt nadat er minder strikte normen zijn aangenomen.”

De LHBTQI+ gemeenschap knippert nauwelijks met de ogen wanneer het gaat over open relaties – voor, tijdens, na en zonder het homohuwelijk. De aanvaarding van groeps- of polyamoureuze relaties neemt snel toe. Iedere nieuwe minderheid die zijn letter aan het alfabet acroniem wenst toe te voegen, moet verwelkomd worden en onvoorwaardelijk gesteund. Dat wil zeggen dat iedere seksuele activiteit van een minderheidsgroepering waarvan gesteld wordt dat ze “er niet voor gekozen hebben om zich zo te voelen” moet aanvaard worden. Dit zou ons zowel bevreesd als kwaad moeten maken.

Het moet niet verbazen dat vijftig jaar na Stonewall de huidige rellen niet in de straten worden gevoerd tegen politie en autoriteiten, maar wel zich online afspelen en met rugby als inzet. Rugby is een van de meest harde team sporten, die niet alleen bewust gebaseerd is op christelijke waarden, maar ook het doel heeft om een sterke, stevige, mannelijke geest te vormen. Daarvan is Israel Folau een voorbeeld.

Deze strijd is vooral gericht tegen joods-christelijke waarden, die nochtans de lijm vormen die de Westerse samenleving samen heeft gehouden en ervoor gezorgd heeft dat die kon uitmunten.

De wereld van het activisme waarin ik leefde, vereiste dat ik een berekende intolerantie had, een onverdraagzame ingesteldheid, een vermogen om extreem te haten, en de bekwaamheid om alles te ontkrachten of op zijn minst te vervormen wat ik tegenkwam dat het tot stand brengen van een homo superieure wereld zelfs nog maar in vraag wou stellen. En dit alles terwijl ik boog voor de mantra #LoveWins.

Ik moest eerst geloven dat de leugen die men mij had verteld niets anders was dan de waarheid. Het is geen wonder dat sommige militanten nu gealarmeerd zijn door de ontdekking dat de jongere generatie die zij resoluut hebben gehersenspoeld met regenbogen, nu minder in plaats van meer verdraagzaam aan het worden is ten opzichte van LHBTQI+ personen en idealen (dit is onder andere gebleken uit recent onderzoek in Amerika).

Stonewall en het hedendaagse LHBTQI+ activisme gingen nooit over een gelijke, diverse, inclusieve en tolerante wereld. Neen. De denkbeeldige gouden pot aan het einde van de regenboog is eerder een donkere ketel. Het brengt een vermindering en vernietiging teweeg van fundamentele vrijheden inzake het spreken, denken, de vrijheid van vereniging en geloof en van alles wat geen volledig eerbetoon wil betuigen aan wat duizenden jaren lang als seksueel afwijkend gedrag was bestempeld.

Als u denkt dat ik een rekening te vereffenen heb, dan hebt u gelijk. Ik vind dit te belangrijk om erover te zwijgen.

Dagelijks kom ik in contact met jongeren met homoseksuele gevoelens, met personen die worstelen met het concept van man of vrouw en met mannen en vrouwen die hun partner van het andere geslacht en kinderen verlaten (en nu zelfs ook hun partner van hetzelfde geslacht en surrogaat of geadopteerde kinderen), om een meer bevredigende relatie te gaan zoeken met een of meerdere personen ergens over de regenboog.

Vijftig jaar na Stonewall, nu dat iedere zuil van de samenleving regenboog-vriendelijk en bang gemaakt is, zie ik meer dan vijftig tinten homo grijs, waarin zij die een LHBTQI+ utopie nastreven, gevangen zitten. Vijf decennia later is disfunctionaliteit niet alleen aanvaard maar in sommige gevallen zelfs erger geworden.

De combinatie van homo dating apps en de beschikbaarheid van het geneesmiddel Truvada, dat genomen wordt door HIV negatieve mensen om het risico op HIV besmetting te verminderen, heeft geleid tot een seksueel meer dwangmatige wereld dan die van voor de AIDS epidemie van de jaren ’80. Ongeremde seksuele activiteit leidt alleen maar tot meer verslaving en kwetsuren, wat dan weer leidt tot meer partnergeweld en sadistische praktijken.

Het gezondheidspersoneel gespecialiseerd in seksualiteit waar ik de laatste maand mee gesproken heb, zegt dat er continu aan een extreem tempo moet gewerkt worden omwille van het ongewoon groot aantal gevallen van seksuele gezondheidsproblemen waar ze mee geconfronteerd worden.

Vormen van zelfverminking nemen toe. Dit onder andere door de tijd die men besteedt aan pornoconsumptie, waardoor men geen gezonde relaties ontwikkelt, die nochtans voor iedereen belangrijk zijn. Dan zijn er de gemoedsstoornissen, angst-, bipolaire en gedragsstoornissen. Er is een nieuwe toename van agorafobie (angst voor open ruimten) en er is geen duidelijke vermindering van het aantal zelfmoorden, zelfs niet in homovriendelijke landen zoals Zweden, Nederland en Nieuw Zeeland.

Is dit het gouden jubileum van de Bevrijding dat we moeten vieren? Voor het grootste gedeelte is de vijftigste verjaardag van de Stonewall rellen een viering van de steeds groter wordende menselijke dwaasheid. Het verhaal van Israel Folau lijkt op een sprookje, maar speelt zich voor onze ogen af met lagen van ‘pride’ geweven om vroegere ‘pride’ te bedekken die nog eerdere ‘pride’ moet bedekken. En dat alles naar aanleiding van iemand die privé online enkele verzen uit de Bijbel heeft gepost.

Ik maak me zorgen over de leden van de LHBTQI+ gemeenschap en hen die hun rangen vervoegen. Ik maak me ook zorgen over iedere samenleving die een essentialistische visie (gericht op identiteit) over de menselijke seksualiteit omarmt , zonder de nodige balans met een constructivistische en ontwikkelingsvisie (waarbij iets kan evolueren). Die laatste twee worden momenteel verzwegen.

Mijn activisme vandaag is ontstaan uit een ander hart. Ik heb al meer dan twee decennia gewerkt met groepen die mensen ondersteunen met verschillende gradaties van homoseksualiteit en voor mensen die vragen hebben over hun biologisch geslacht. Zij die hieraan deelnemen kunnen diepere vragen stellen dan zij die geïsoleerd thuis blijven of met de homogemeenschap in contact zijn. Deelnemers verlangen antwoorden – en velen krijgen die ook, vooral inzake seksueel misbruik tijdens de kinderjaren, emotioneel of lichamelijk misbruik of verwaarlozing.

Als één persoon kan evolueren van homoseksualiteit naar heteroseksualiteit – en geloof mij vrij als ik zeg dat er duizenden in Australië en in ieder land ter wereld zijn die zich afkeren van homoseksualiteit – dan is het duidelijk dat het fundamentele LHBTQI+ verhaal van zo geboren te zijn een aantal mythes bevat die ontmanteld moeten worden en niet gevierd.

Ik vecht nog steeds voor plaatsen waar jong en oud de realiteit van hun erotische gevoelens kunnen onder ogen zien. Niemand zou schrik moeten hebben om te erkennen dat men zich erotisch aangetrokken voelt tot het eigen geslacht of dat men de eigen gender identiteit in vraag stelt, en niemand mag daarvoor gediscrimineerd worden.

Maar terwijl er nu Gay Pride evenementen te zien zijn over heel de wereld, geloof ik ook meer dan ooit dat we moeten denken aan de vaak gebruikte Bijbelse spreuk: “Hooghartigheid gaat vooraf aan ellende, hoogmoed komt voor de val.” (Spreuken 16,18)

Ik ben uitgenodigd geweest om mij af te keren van de ‘pride’. En vandaag de dag voel ik mij duidelijk vooral aangetrokken tot vrouwen. Ik ben een van de gelukkige mensen die ontsnapt zijn aan de homogemeenschap en die professionele therapie hebben gevonden, waardoor ik de ontwikkelingsvisie over de menselijke seksualiteit heb leren kennen.

Mijn vroegere disfunctionaliteit, die altijd een heersende rol speelt in het hart van de LHBTQI+ gemeenschap, is verminderd of verdwenen. Ik ben niet langer een label, of afgescheiden van de mainstream samenleving, of een verliezende strijd aan het voeren.

Vijftig jaar na de Stonewall rellen in Manhattan is er inderdaad veel veranderd, maar niet allemaal ten goede. In plaats van tijd en energie te steken in ‘pride’, geloof ik dat het tijd is om op een heel andere manier te werken aan een samenleving, waar nederigheid aanwezig is op ieder niveau. En dat is, in ieders belang, iets wat de moeite loont om voor te strijden.