Juli 2018, Standpunt Emmanuel Van Lierde, Tertio

 

 

De zeventigjarige Universele Verklaring van de Rechten van de Mens ontstond na de Tweede Wereldoorlog vanuit een verontwaardiging over het gebeurde en als engagement voor de toekomst. De opstellers van de tekst en overlevers van de oorlog zochten een basis om de samenleving herop te bouwen. Ze koesterden een droom van inclusie, rechtvaardigheid en vrede. Hun verklaring was een politiek visioen en een moreel kompas.

 

 

Dat historische document was geen juridische standaard, maar het is dat wel spoedig geworden door de omzetting in internationale verdragen, op het niveau van de Verenigde Naties of regionaal zoals in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens van 1950. De naleving van die verdragen wordt bewaakt door internationale rechtscolleges zoals het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Of die nog altijd toenemende juridisering van de mensenrechten een goede zaak is, is zeer de vraag. In het interview wijst advocaat Fernand Keuleneer erop hoe dat proces een dubbele machtsverschuiving teweegbrengt: van de politiek naar de gerechtelijke instellingen en van het nationale niveau naar inter- en supranationale instanties. Beide bewegingen zijn volgens hem ondemocratisch want ze onttrekken de macht aan de plaats waar die normaal thuishoort: de nationale rechtsstaat met haar parlementaire democratie.

 

Ontsporingen

Als levend organisme genereerden de mensenrechten volgens Keuleneer een eigen dynamiek die niet beoogd werd door de auteurs en waarover niemand nog controle heeft. Zodra het kind geboren was, ging het een eigen leven leiden, met de nodige ontsporingen tot gevolg. Om het nog scherper te stellen: eigenlijk opende de verklaring van de mensenrechten een doos van Pandora. Dat is niet alleen zo vanwege die ondermijning van de democratische rechtsstaat, maar bovenal vanwege de woekerende aanwas van steeds bijkomende mensenrechten. Daarbij is het geen uitzondering dat nieuwe rechten conflicteren met de klassieke grondrechten. Denk aan (trans)genderrechten die het traditionele familierecht uitwissen. Ander voorbeeld uit het interview: als abortus en euthanasie straks mogelijk pure patiëntenrechten worden, dan hebben zorginstellingen en hun ethische comités niets meer in de pap te brokken over het al dan niet verstrekken van die louter medische handelingen. Wat rest er dan nog van hun grondwettelijke vrijheid van vereniging?

Omkering van waarden

Zulke nieuwe rechten zijn eigenlijk een aanfluiting van de originele mensenrechten. Ze zijn een “omkering van alle waarden”. Waar die grondrechten aanvankelijk na de oorlogsgruwel het leven wilden beschermen, dwingen ze nu de dood af. Een derde, de arts, wordt opgevorderd de wens van de patiënt uit te voeren: diens zelfbeschikkingsrecht is heilig. Jezuïet Fernand Van Neste betoogde eerder in Tertio (onder meer in nr. 946 van 28/3) hoe beschermingsrechten die de menselijke waardigheid moesten veiligstellen, steeds meer plaats ruimen voor vorderingsrechten en individuele claims waarbij het “recht op leven” het recht werd als persoon zelf over leven en dood te beslissen.

Verworven

In plaats van de menswaardigheid te bevorderen, dreigen de mensenrechten – en de geneeskunde – zo in het tegenovergestelde uit te monden en niet langer recht te doen aan alle leven, allereerst dat van de zwaksten en de kleinsten. Andermaal krijgt de Franse wiskundige en filosoof Blaise Pascal (1623-1662) dan gelijk: “Qui veut faire l’ange, fait la bête”. Maar die inzichten leggen de leden van de Kamercommissie Justitie wellicht vakkundig naast zich neer als ze zich dezer dagen buigen over de voorstellen om abortus uit het strafrecht te halen… Abortus en euthanasie, toch al lang verworven rechten als we De Standaard mogen geloven. En CD&V ligt wellicht toch ook niet dwars zeker?  III

Meer lezen >> (enkel voor abonnees Tertio)
Actie abonnement Tertio >>