De maatschappelijke uitgangspunten i.v.m. de relationele aspecten van seksualiteit.

 

Eeuwenlang werd de menselijke seksualiteit in alle culturen beschermd en voorbehouden aan man en vrouw binnen een vorm van huwelijk. Vruchtbaarheid en seksualiteit werden ook als één geheel ervaren, waardoor uitwassen grotendeels vermeden werden. Dit fundamenteel antropologisch gegeven is in onze contreien totaal verdwenen, ondanks het feit dat het nog steeds geldt en de beste garantie biedt voor een gezonde bevolkingsopbouw. De opkomst van effectieve anticonceptie en de banalisering van abortus provocatus in het Westen hebben beide aspecten in het hoofd van de mensen immers losgekoppeld, waardoor het verband niet meer zichtbaar is[1].

Hierdoor komen gezinnen niet meer tot stand en zijn deze die bestaan veel brozer geworden. Allerhande nieuwe, veelal tijdelijke relatievormen ontstaan, maar daarin vinden kinderen nog moeilijk hun plaats.

Een degelijke relationele en seksuele opvoeding, los van religieuze of levensbeschouwelijke achtergrond, houdt rekening met het antropologisch gegeven dat het huwelijk de hoeksteen van de samenleving blijft (Universele Verklaring van de Rechten van de Mens). Terwijl de sociologie louter statistische verschijnselen beschrijft is het wel degelijk de antropologie die een onderbouw geeft voor waarden en de daaruit voortvloeiende normen.

Lees meer...

De opbouw van een maatschappij veronderstelt dat er een evenwicht is tussen kinderen, volwassenen en ouders. Dit evenwicht is momenteel verstoord door de verlenging van de levensduur – wat we toejuichen – en door een geboortedeficit (1,85 kinderen per vrouw in 2010)[2], dat slechts gedeeltelijk wordt aangevuld door immigratie.

 

Kinderen worden toevertrouwd aan ouders, wat hun recht is en een plicht voor de ouders. Hoe dan ook ontstaan kinderen in de overgrote meerderheid van de gevallen uit seksuele activiteit. Nog niet zo lang geleden was het huwelijk een blijvend engagement tussen twee volwassenen die daardoor het recht kregen op en de bescherming van hun seksuele omgang, waaruit de kinderen die ontstonden, de nodige opvoeding en bescherming konden genieten. De echtgenoten kregen daardoor ook een zekere garantie op bescherming van hun relatie. Dit was een sociale en juridische fundamentele bescherming van het ‘gezin’, waarop onze maatschappij was gebouwd.

Recente wetenschappelijke literatuur stelt de Amerikaanse pediater Jane Anderson: “Bijna drie decennia van onderzoek naar de impact van de gezinsstructuur op de gezondheid en het welzijn van kinderen toont aan dat kinderen die bij hun getrouwde biologische ouders wonen, altijd een beter fysiek, emotioneel en academisch welzijn hebben. Pediaters en de maatschappij zouden de familiestructuur moeten bevorderen die de beste kans heeft om gezonde kinderen te produceren. De beste wetenschappelijke literatuur tot nu toe suggereert dat – met uitzondering van ouders die worden geconfronteerd met onoplosbaar huwelijksgeweld – kinderen het beter doen als ouders werken aan het handhaven van het huwelijk. Bijgevolg moet de samenleving alles in het werk stellen om gezonde huwelijken te ondersteunen en gehuwde paren te ontmoedigen om te scheiden.”[3] En verder stelt deze pediater vast dat echtscheiding in de VS jaarlijks zo’n 40 miljard dollar bijkomende gezondheidskosten vergt.

In Vlaanderen zit men als het ware in een rollercoaster, waarbij waarden en normen steeds meer vervagen. “Gedrag wordt aangepast en (bij) gesteld omdat nieuwe waarden en opvattingen het toelaten; waarden en opvattingen wijzigen omdat nieuw gedrag steeds vaker voorkomt.”[4] Daardoor wordt niet meer gekeken naar objectieve feiten, maar naar sociologische gegevens. Sociologische studies worden m.a.w. gelijkgesteld aan normen, waardoor deze helemaal wankel worden. “De stelling ‘een echtscheiding is gewoonlijk de beste oplossing als een koppel de problemen in zijn huwelijk niet kan oplossen’, vindt in Vlaanderen en in andere Europese landen steun bij 2 op de 3 mensen.”[5] Om voor een maatschappij relevant te zijn, hebben normen en waarden echter nood aan objectiviteit. Die vindt men terug in een antropologie die de mens en het menselijk lichaam (ook het eigen lichaam) als persoon respecteert en niet als een (lust)object, waar hij of zij zelf over kan beschikken.

Het gevolg van deze veranderende waarden en normen is het verdwijnen van het gezin als hoeksteen van de samenleving. “Recent onderzoek op basis van data uit ‘Scheiding in Vlaanderen’ (SiV) toont aan dat het ongehuwd samenwonen vóór het eerste huwelijk tussen 1971 en 2008 steeg van minder dan 10% naar meer dan 80%. De verhouding directe eerste huwelijken versus eerste huwelijken voorafgegaan door een periode van ongehuwd samenwonen keerde dus quasi volledig om[6].

De gevolgen van echtscheiding voor kinderen zijn nochtans ernstig. “Een recente internationaal vergelijkende studie (Bjarnason et al., 2012) wijst er op dat, gecontroleerd voor andere verschillen, de levenstevredenheid van kinderen het grootst is in intacte gezinnen.”[7] Dat wordt ook concreet zo ervaren: “Het zeer hoge echtscheidingsniveau in ons land gaat alvast in Vlaanderen gepaard met een overtuigend oordeel over de negatieve gevolgen van een (echt)scheiding voor kinderen.”[8]

Daarom moet het huwelijk ook worden versterkt, door de relatie, de dialoog tussen man en vrouw te ondersteunen. Omdat vruchtbaarheid (al dan niet gerealiseerd) fundamenteel steeds aanwezig is in de menselijke seksualiteit, veronderstelt dit een permanente dialoog tussen twee volwassenen. De erotiek en het lustaspect zijn ingebed in de vruchtbaarheid en de kinderen die daar eventueel uit kunnen voortkomen. Dit heeft niets te maken met een bepaalde ideologie, maar met een menswaardige beleving van de seksualiteit. Daarom is het belangrijk om de beschutte omgeving van het huwelijk en het gezin te versterken, ook al gaat dit in tegen de huidige sociologisch vastgestelde feitelijkheid.

Programma’s moeten dus aan de menselijke seksualiteitsbeleving getoetst worden. 

De wetenschappelijke uitgangspunten i.v.m. seksualiteit en volksgezondheid.

 

Met het oog op het verwekken van kinderen is seksualiteit een berekend maar heel natuurlijk risico. In uiterst ongunstige omstandigheden, die in onze landen bijzonder zeldzaam zijn, kan de moeder er het leven bij verliezen. Daarnaast is het uitwisselen van lichaamsvochten tussen twee mensen eveneens een mogelijk gezondheidsrisico. Normaal immuniseren beide partners zich tegen elkaars virussen, indien ze levenslang monogaam blijven en wordt het gezondheidsrisico sterk beperkt.

Bij jongeren, die nog onvolgroeide geslachtsorganen hebben, is het risico op SOA’s echter veel groter, vooral ook omdat de kans reëel is dat ze meerdere partners zullen hebben. Net als bij kansspelen of roken gaat vroege seksuele activiteit gepaard met een sterk verhoogd risico op gezondheidsproblemen, zowel lichamelijke als geestelijke.

 

Lees meer...

Vanuit het perspectief van de volksgezondheid wordt seksuele activiteit duidelijk beschouwd als een risicofactor voor de seksuele en reproductieve gezondheid van adolescenten[9],[10]. Vroege seksuele activiteit verhoogt het risico van seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA’s) of ongeplande zwangerschappen, vooral omdat ze is gekoppeld aan ander ongezond gedrag, zoals het hebben van meerdere partners (simultaan of opeenvolgend) of verkeerde gebruik van condooms[11],[12],[13]. Adolescente seksuele activiteit wordt ook geassocieerd met negatieve psychologische gevolgen zoals gevoelens van teleurstelling en spijt[14],[15] en een hogere incidentie van depressie en suïcidepogingen.[16],[17],[18] Bovendien werd het vroege begin van seksuele activiteit in verband gebracht met druggebruik en mindere schoolprestaties.

Epidemiologische gegevens over de hele wereld tonen dat de overgrote meerderheid van de jongeren onder de 18 jaar niet seksueel actief zijn[19],[20]. Zij lopen daarom geen enkel risico van ongeplande zwangerschappen, SOA’s en andere fysieke, sociale en psychologische problemen met betrekking tot voortijdige seks.

In 2004 werd een consensusverklaring ter voorkoming van AIDS en andere SOA’s gepubliceerd door The Lancet[21]. Het is ook bekend als de ‘ABC strategie’: onthouding (A), trouw zijn (B), het gebruik van condooms (C). Onthouding en wederzijdse trouw zijn de beste manieren om risico te vermijden terwijl condooms het risico reduceren bij mensen die ervoor kiezen om niet met ‘A’ of ‘B’ risico’s te vermijden. De Lancet consensus stelt dat boodschappen moeten worden afgestemd op specifieke doelgroepen. De consensus wijst op het belang de jeugd op te roepen tot uitstel van seksuele activiteit of tot terugkeer naar onthouding bij degenen die bij gelegenheid seks hebben. Als voor seks is gekozen, stelt de consensus prioriteit voor de boodschap van wederzijdse monogamie. Degenen die ervoor kiezen ‘A’ of ‘B’ niet te accepteren en ‘C’ kozen, moet worden geadviseerd dat zij het risico van infectie met behulp van condooms slechts bij consequent en correct gebruik (zonder falen) in zekere mate kunnen verminderen. Ze elimineren de soa’s echter niet. Door risicocompensatie houden ze het gevaar in soa’s nog meer te verspreiden. Mensen voelen zich ‘veilig’ en zoeken risicovoller gedrag op.

De evaluatie van een RSV-programma moet zich ook op bovenstaande wetenschappelijke inzichten baseren. 

 

Hanteert de overheid twee maten en twee gewichten?

 

Als het gaat om bijvoorbeeld verkeersveiligheid, alcoholgebruik of kansspelen, kan niet repressief genoeg worden opgetreden. Wetten moeten verstrengd worden en ze moeten ook worden toegepast. Ministers klagen meteen dit misbruik aan, grensoverschrijdend gedrag wordt door de media aangeklaagd en processen worden gevoerd nog vóór er enig bewijs is geleverd. De gezondheid, de veiligheid van onze samenleving staat immers op het spel.

 

Maar als het gaat over de menselijke seksualiteit gelden plots andere normen. Men weet reeds zeer lang dat seksuele onthouding de beste bescherming is tegen ongeplande zwangerschap of soa’s. Kindhuwelijken in het buitenland worden als schande bestempeld, maar seksuele activiteit bij kinderen in ons land wordt niet alleen geduld, maar aangemoedigd via gesubsidieerde websites. Daarnaast wordt ook afwijkend en risicovol gedrag aangemoedigd door diezelfde websites en organisaties zoals Sensoa – die de meeste deviante organisaties ook overkoepelt. Als remedie voor de gevolgen van soa’s op de vruchtbaarheid en de psyche van jongeren, worden fertiliteitscentra gesubsidieerd en bijkomende diensten voor geestelijke gezondheidszorg, jongerentelefoons en dgl.

Op die manier subsidieert de overheid én de oorzaak én nadien de remedie, terwijl de oorzaak veel eenvoudiger kan worden weggenomen. De allereerste aidscampagne onder Minister De Meester pleitte nog voor onthouding of trouw, maar nadien werd enkel nog op zogenaamd ‘veilig vrijen’ of condoomgebruik gemikt.

In deze context wordt relationele en seksuele opvoeding een hachelijke onderneming, ook voor (groot)ouders die bezorgd zijn om het welzijn van hun (klein)kinderen.

Lees meer...

Ja, de overheid hanteert heel duidelijk twee maten en twee gewichten, maar velen zijn blijkbaar ziende blind.

Geregeld stellen we vast dat de overheid ernstige problemen voor de veiligheid en of gezondheid van de bevolking vaststelt en dan streng optreedt of toch pogingen onderneemt. Wetten worden aangepast of verstrengd om problemen op te lossen. Campagnes worden gevoerd om misbruik te voorkomen. Niet dat het allemaal helpt, maar politiek wil men scoren en de publieke opinie volgt graag, omdat het de bevolking geruststelt. Een aantal voorbeelden kunnen dit verduidelijken.

Denken we hierbij bijvoorbeeld aan de verkeersveiligheid. Een rijbewijs kun je pas op 18 jaar halen, en daarna betaal je als jongere nog steeds meer voor een verzekering omdat je ook meer risico’s loopt om een ongeval te veroorzaken. Daarbij worden ook strenge regels gehanteerd en wordt er zoveel mogelijk gecontroleerd (negeren van voorrangsregels, verkeerslichten, gebruik van richtingaanwijzers, gebruik van gsm enz.). Bij overtredingen volgen soms zware boetes, inleveren van rijbewijs…

Alcoholgebruik is pas vanaf 16 jaar toegelaten, maar gezien het misbruik door een beperkt aantal jongeren en het gevaar voor hun gezondheid, wil men de leeftijd algemeen zelfs optrekken tot 18 jaar. Ouders wordt ook duidelijk afgeraden om kinderen op jongere leeftijd alcohol te laten proeven. “Het kan lastig zijn om die regels ook buitenshuis aan te houden. Familie of vrienden vinden je misschien te streng als je je kind geen alcohol wil laten drinken. Om lastige situaties te voorkomen, kan je je kind vooraf duidelijk maken dat de regels ook buitenshuis gelden. Puberende jongeren experimenteren graag, dat is ook normaal. Je kan ervan uitgaan dat ze wel eens alcohol proberen, misschien zonder dat je op de hoogte bent. Toch blijf je best vasthouden aan die veilige grens van geen alcohol onder de zestien. Probeer op de hoogte te blijven van wat je kind doet en regels en afspraken vast te leggen.”[22].

Kansspelen zijn verboden onder 18 jaar (online of reële weddenschappen of belspelen), zelfs onder 21 jaar in een casino of een speelautomatenhal, terwijl men toch al op 18 jaar meerderjarig is!

Roken moet streng beperkt worden. Onder 16 jaar mag je geen rookartikelen kopen. Wie die verkoopt kan streng gestraft worden.

Ook seksueel misbruik of zogenaamd grensoverschrijdend gedrag moet plots streng worden aangepakt. Hierrond wordt door de burgers een hele campagne opgestart #MeToo. En intussen vindt een minister het terecht ongehoord gedrag en moet volgens hem streng worden ingegrepen. “Met de bevraging wil Gatz een duidelijk beeld krijgen van de problematiek om daarna gepaste maatregelen te kunnen nemen. “De etterbuil is gebarsten”, klinkt het. “Dingen die tien jaar geleden misschien werden weggelachen laten we nu niet meer passeren. Het is tijd dat slachtoffers geholpen worden en daders gestraft.”[23]

In al deze situaties kunnen we zeker de bezorgdheid van de overheid delen. Ook al is alcoholgebruik bijvoorbeeld een heel individueel gebeuren, dat niet noodzakelijk derden hoeft te treffen, het kan de gezondheid van het individu wel aantasten, waardoor op termijn wellicht de maatschappij extra kosten moet maken voor de verzorging van een eventuele verslaving.

Merkwaardig is het feit dat bij seksuele gezondheid heel andere maatstaven worden gehanteerd. Daar wordt – in tegenstelling tot alcoholgebruik door minderjarigen – aan ouders NIET de raad gegeven om hun kinderen aan te zetten om seksuele activiteit uit te stellen. Neen, dan wordt het plots mogelijk om hele websites op te zetten met raadgevingen om allerhande seksuele activiteit uit te oefenen, die uitdrukkelijk als schadelijk of mogelijk schadelijk wordt beschouwd. Zo vind je op de website allesoverseks van Sensoa bijvoorbeeld een hele reeks aanwijzingen voor anale seks[24]. Of – hoewel polygamie in België verboden is – richtlijnen voor trioseks[25]. En zo kun je op de site wel even doorgaan…

Hier wordt dus niet opgetreden tegen een minderheid die afwijkend of grensoverschrijdend en riskant gedrag vertoont, maar wordt dit soort gedrag integendeel ruim verspreid via door de overheid gesubsidieerde websites. Het gevolg is een toename van problematisch gedrag en soa’s, zoals we reeds zagen. Achteraf wordt verontwaardigd gereageerd, omdat dit politiek de beste optie is, om het publiek te sussen.

Het is overigens een bekend procedé, inspelen op primaire driften – en seksuele lust is er zo een – die men wil bevredigen, zodat de burger helemaal in de greep van een zekere macht terecht komt. Hij heeft immers de indruk dat hij als individu alles mag, terwijl intussen de basisstructuur van de samenleving, de enige plaats waar hij beschutting vindt, wordt afgebroken. Het gezin wordt stelselmatig afgebroken, zodat het individu er alleen voor komt te staan. En alleen is het heel moeilijk om zich te verzetten tegen onrecht en machtsmisbruik.

Dan klinkt het goed dat de overheid zogenaamd de zwakkere gaat beschermen door allerhande zaken te subsidiëren: een fonds voor onderhoudsgeld, een fonds voor aidspreventie, een fonds voor kinderdagverblijven, voor alleenstaande moeders (let wel, niet voor weduwen),… Daarvoor zijn belastingen nodig, steeds meer… 

Waarom wij programma’s van Sensoa afwijzen.

 

Sensoa verwijst in haar programma’s steeds naar de richtlijnen van de WHO-IPPF, die samen met o.a. Sensoa zelf en de Nederlandse Rutgersstichting werden opgesteld. IPPF is ’s werelds grootste aanbieder van anticonceptie en abortus provocatus, gegroeid uit de eugeneticastroming met als boegbeeld Margaret Sanger en duidelijk ideologisch gekleurd. De uit de echt gescheiden Sanger wilde destijds met een soort pilletje het krijgen van kinderen vermijden, waardoor vrouwen ongeremd van seks zouden kunnen genieten.

Deze visie wordt steeds extremer door IPPF en haar dochterorganisaties verspreid. Abortus provocatus wordt gezien als een onvermijdelijk neveneffect (‘collateral dammage’) als dat pilletje toch niet zou werken.

De loskoppeling van vruchtbaarheid en seksualiteit (wat nu enkel nog ‘genot’ betekent) in het hoofd van jongeren en volwassenen, schept een schizofrene houding tegenover zichzelf en de ander. Het lichaam wordt steeds meer als ‘object’ beschouwd dat kan gemanipuleerd worden. ‘Waarden en normen’ verliezen hun aanspraak op universaliteit en worden relatief, heel persoonlijk. Vandaar een toename van afwijkend en grensoverschrijdend seksueel gedrag, waarbij de grenzen voor niemand meer duidelijk zijn of plots aanleiding geven tot heksenvervolgingen.

Programma’s die dergelijke ‘persoonlijke’ waarden en normen stimuleren, vormen uiteindelijk volwassenen die nooit echt volwassen worden, maar hun eigen waarden en normen aan anderen willen opleggen, en in feite enkel uit zijn op eigen genot.

Lees meer...

“Als het gaat over waarden op vlak van seks en relaties, dan verwijzen we graag naar de mensenrechten, en bij uitbreiding naar de seksuele rechten van de mens.” aldus Sensoa in Relationele & seksuele vorming. Handboek voor secundair onderwijs.[26]

Het is belangrijk om dat dan effectief te toetsen aan de Universele verklaring van de rechten van de mens (UVRM) van 1948. Hierbij wijzen we – zoals onlangs opnieuw op de Algemene Vergadering van de VN gebeurd is – de zgn. ‘seksuele rechten van de mens’ af in de mate dat ze nergens als rechten door de VN werden goedgekeurd en de ouders als opvoeders buiten beeld willen houden. Reeds jaren gaat de WHO trouwens haar boekje te buiten door teksten van IPPF (International Planned Parenthood Federation) door te drukken, die niet door de Algemene Vergadering van de VN worden goedgekeurd. Deze laatste organisatie is ’s werelds grootste aanbieder van anticonceptie en abortus provocatus, in de jaren ’50 opgericht door Margaret Sanger, die een grote voorstander was van eugenetica (het uitroeien van ‘feeble minded en ‘negroes’ o.a. in haar boek: The Pivot of Civilization 1922) en heeft een duidelijk ideologische basis. Sensoa is lid van deze organisatie en stelt dit ook open in haar boek voor.

Als we de UVRM lezen, zien we in Artikel 16 §1 dat “Zonder enige beperking op grond van ras, nationaliteit of godsdienst, hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht om te huwen en een gezin te stichten. Zij hebben gelijke rechten wat het huwelijk betreft, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan.” En in hetzelfde artikel §2 lezen we: “Het gezin is de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van de maatschappij en heeft recht op bescherming door de maatschappij en de Staat.”

Belangrijk is ook Artikel 30 dat duidelijk stelt: “Geen bepaling in deze Verklaring zal zodanig mogen worden uitgelegd, dat welke Staat, groep of persoon dan ook, daaraan enig recht kan ontlenen om iets te ondernemen of handelingen van welke aard ook te verrichten, die vernietiging van een van de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, ten doel hebben.” Toen was het boek van George Orwell ‘1984’ pas verschenen. Daarin werd duidelijk geschetst hoe men door een zgn. newspeak, het geven van nieuwe inhoud aan bestaande woorden, een heel systeem kon omvormen. Intussen wordt dit echter op grote schaal gedaan in Westerse landen en wordt de druk verhoogd om dit ook in andere landen te doen. Zo werden de begrippen ‘huwelijk’ (een man en een vrouw die in vrijheid eeuwige trouw beloven) en ‘gezin’ (vader, moeder en kinderen) onder druk van lobbygroepen, vanuit IPPF duidelijk omgevormd, lijnrecht ingaande tegen het bewuste Artikel 30 van de UVRM.

Het zijn deze en gelijkaardige begrippen die Sensoa in haar programma’s hanteert. De oorspronkelijke betekenis van de woorden en de eraan gekoppelde waarden worden systematisch als ‘mythe’ afgedaan, waardoor de onbevangen lezer de indruk krijgt dat hij ‘ouderwets’ is of voorstander van ‘extreme programma’s’[27]. En intussen zijn een aantal van deze ideologische begripsveranderingen ook haast ongemerkt in de wetgeving binnengeslopen.

Sensoa wijst op het feit dat RSV al vanaf de jongste leeftijd moet worden gegeven en maakt de terechte vergelijking met verkeersopvoeding[28]. Inderdaad moet je niet met verkeersopvoeding beginnen op het ogenblik dat je met de auto begint te rijden. Alleen maakt ze de fout dat ze RSV en seksuele gemeenschap (verkeersopvoeding en autorijden) in de praktijk blijkbaar meteen gelijkstelt. Inderdaad gaat het in de programma’s van Sensoa al op zeer jonge leeftijd om plezier in seks op alle mogelijke manieren. Het eigenlijke doel van de menselijke seksualiteit – de gezinsvorming en de vruchtbaarheid van een bevolking – blijft buiten beeld: vrij zijn om te trouwen, meer niet. Er wordt enkel – wellicht omwille van de juridische volledigheid – sporadisch naar verwezen, maar in de praktijk wordt zeker niet aan gezinsopbouw of degelijke huwelijksvoorbereiding gedaan.

Om de analogie met het autorijden verder te zetten, blijkt Sensoa enkel aandacht te besteden aan het voertuig zelf, de verschillende veiligheidssystemen en het plezier van het rijden. De verkeersregels worden nauwelijks aangesproken, als je er maar deugd van hebt. En rode lichten mag je wel niet negeren, maar als je vindt dat het kan en er geen andere verkeersdeelnemers in gevaar komen, mag je er gerust doorrijden. Vandaar de pogingen van Sensoa om de seksuele meerderjarigheid naar 14 jaar (of minder) te brengen en het advies in de Jongerengids “Je beslist zelf wanneer je klaar bent voor seks. Oké, volgens de wet mag het vanaf 16 jaar. Maar toch beslis je dat zelf. Praat erover met je lief”.

Wat volledig buiten beeld blijft is de vruchtbaarheid van man en vrouw. Met name meisjes leren niets over hun vruchtbaarheid. Nochtans is dit een wezenlijk aspect van de menselijke persoon, dat in Artikel 26 §2 van de UVRM ter sprake komt: “Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden”. De evaluatiecommissie op de wet zwangerschapsafbreking heeft dit sinds 2007 duidelijk gezien: “Mevrouw Dehaene antwoordt dat het gevoerde preventiebeleid ertoe heeft geleid dat er in de geesten een evolutie heeft plaatsgevonden waardoor vruchtbaarheid en seksualiteit van elkaar zijn losgekoppeld. Daardoor ervaren velen de zwangerschap als iets totaal onverwacht. Het komt er dus op aan de vruchtbaarheid als onderdeel van de seksuele identiteit te beschouwen.”

Daarom heeft de commissie dit wezenlijk aspect ook in haar aanbevelingen opgenomen.

“De preventie van ongewenste zwangerschappen en dus van zwangerschapsafbrekingen, begint noodzakelijk bij het stimuleren van respect voor zichzelf en voor de ander en door verantwoordelijkheid op te nemen ten opzichte van een mogelijke derde.

Jongeren, zowel jongens als meisjes, moeten zich bewust zijn van hun vruchtbaarheid en moeten hiervoor verantwoordelijkheid dragen.

Een gespecialiseerde voorlichting en een aangepaste vorming zijn onontbeerlijk zowel op school als daarbuiten, om hen aan te leren hoe zij op gepaste wijze affectieve en seksuele relaties alsook hun vruchtbaarheid kunnen begrijpen.”

Hier doet Sensoa dus niets mee. De weinige informatie die ze aanbiedt is de gekende biologische informatie, maar die helemaal niet aanzet tot echt vruchtbaarheidsbewustzijn en zelfrespect. Meisjes worden immers meteen ook uitsluitend aangezet tot het gebruiken van anticonceptie, terwijl ze (1) nog lang niet aan gezinsvorming denken, (2) ze veelal ook niet seksueel actief zijn en (3) niet de minste ervaring van hun eigen vruchtbaarheid hebben. Over de ernstige bijwerkingen van anticonceptiva wordt minimalistisch geschreven. Nergens wordt verduidelijkt dat het gevaar van soa en de daaropvolgende steriliteit kan vermeden worden door van (genitale) seksuele activiteit af te zien. Door hun vruchtbaarheid concreet door anticonceptie van hun eigen wezen af te snijden, wordt de kans om zelfrespect op te bouwen, sterk ingeperkt, op termijn zelfs onmogelijk gemaakt. Immers, wie ‘aan de pil’ is, raakt er a.h.w. aan verslaafd en volledig ontkoppelt van de eigen natuurlijke vruchtbaarheid. Daarom klagen veel pilgebruikers ook over het feit dat ze ‘zichzelf’ niet meer zijn.

Nochtans zijn een sterke zelfkennis, zelfbewustzijn en zelfrespect voorwaarden om een geïnformeerde keuze te kunnen maken. De absoluut minimale leeftijd van 16 jaar (?)(autorijden 18 jaar!) moet garanderen dat jonge meisjes tussen hun menarche en hun ‘seksuele meerderjarigheid’ concreet hun vruchtbaarheid aan den lijve leren ondervinden en waarderen. Sensoa schotelt een hoge betrouwbaarheid voor betreffende pil en condoom. De WHO fact sheet 351[29] is echter veel kritischer: voor de traditionele pil wordt in studieomstandigheden een faalcijfer van 8% gegeven, voor het condoom 21%, terwijl de natuurlijke symptothermale methode (in Vlaanderen nu bekend als Sensiplan) aan alle criteria van EBM (Evidence-based medicine) voldoet en een faalcijfer in de dagelijkse praktijk van slechts 2% aantoont, zonder enig gezondheidsrisico. De consensusvergadering van het RIZIV gaf overigens aan dat voor hormonale contraceptie geen degelijke betrouwbaarheidsstudies bestaan[30].

Vrouwen en mannen kunnen maar echt ten volle kiezen om een (seksuele) relatie aan te gaan, als ze helemaal zichzelf kunnen zijn, zowel lichamelijk als geestelijk. Als één van beide elementen afwezig is, is er geen sprake meer van vrije keuze. A fortiori geldt dit voor jonge tienermeisjes, die meestal nooit hun echte vruchtbaarheid hebben kunnen ervaren. Onder het mom van ‘eigen keuze’ worden ze voorgeprogrammeerd om klaar te staan voor zgn. ‘beschermde’ seksuele activiteit, liefst met leeftijdgenoten (‘peers’). Dit komt niet overeen met de eigen normen van Sensoa en de WHO: “Om seksuele gezondheid te bereiken en te handhaven, moeten ieders seksuele rechten worden gerespecteerd, beschermd en gerealiseerd” (p. 18). Hier wordt niets beschermd maar wordt – zoals reeds gesteld – aan risicoreductie gedaan met de wetenschappelijk gekende risicocompensatie (‘risk compensation’). Sinds de seksuele revolutie en vooral sinds de verschillende aidscampagnes vanaf de jaren ’80, met massale verspreiding van de ‘veilig vrijen’-boodschap met condooms, is het aantal soa’s alleen maar toegenomen. Anderzijds is het geweten is dat seksuele onthouding tot aan het huwelijk en levenslange trouw aan dezelfde partner de facto beschermt tegen soa’s. Intussen wordt de ‘mythe’ gelanceerd dat jongeren niet van seksuele activiteit zouden kunnen afzien, terwijl de overgrote meerderheid van de jongeren, ondanks de stimulans door organisaties als Sensoa, op 18 jaar nog steeds niet seksueel actief is. 

 

Evaluatiecriteria voor goede programma’s.

 

Wil je zelf nagaan of een programma voor je kind is aangepast, dan kun je volgende tien punten in het licht van het voorgaande overlopen.

 

  1. Leeftijdgebonden: Worden de positieve boodschappen leeftijdgebonden gegeven met aangepaste methodieken die aansluiten bij de leefwereld van de jongeren?
  2. Holistisch: Is het programma duidelijk omschreven en steunt het op een personalistische visie? M.a.w. betreft het de hele mens als persoon met de cognitieve, emotionele, sociale, interactieve en fysieke aspecten van de seksualiteit met inbegrip van zaken als gezondheid, ethiek, gezin, cultuur…?
  3. Ideologisch duidelijk: Vertrekt het programma vanuit een bepaalde ideologie en wordt dit desgevallend ook duidelijk aangegeven?
  4. Evidence based: Is de geboden informatie gebaseerd op evidence based wetenschappelijke studies en wordt ze met evidence based methodes gebracht? D.w.z. bevordert het programma de (relationele en seksuele) gezondheid of vermindert het alleen de mogelijke schade.
  5. Vaardigheden en attitudes: Wordt er aandacht besteed aan het ontwikkelen van positieve attitudes en vaardigheden?
  6. Participatief: Worden ouders en opvoeders betrokken bij het programma?
  7. Evaluatie: Worden de ervaringen van de jongeren geëvalueerd?
  8. Eindtermen: Wordt er rekening gehouden met de vakoverschrijdende eindtermen van het onderwijs?
  9. Risico’s vermijden: Wordt er gekozen voor een aanpak die risico’s vermijdt of veeleer voor een aanpak die risico’s beperkt of zelfs doet toenemen?
  10. Positief: Worden er positieve, opbouwende boodschappen gegeven i.v.m. gezondheid en relaties, waarbij de eigen identiteit wordt versterkt als jongen, meisje, man of vrouw? Dit houdt in dat men respect opbrengt voor de ander, inclusief haar of zijn vruchtbaarheid en de potentiële derde die uit een seksuele relatie kan voortkomen. De ander wordt niet als ‘(genots)object’ beschouwd.
  1. Trees Dehaene. Verslag Senaat 17 april 2007
  2. http://statbel.fgov.be/nl/binaries/PERSBERICHT_geboorten2012_tcm325-243591.pdf
  3. Jane Anderson. The impact of family structure on the health of children: Effects of divorce. The Linacre Quarterly. November, 2014; 81(4): 378–387.
  4. Martine Corijn. Gezinstransities in Vlaanderen. SVR-studie 2013/2, p. 109
  5. Martine Corijn. Gezinstransities in Vlaanderen. SVR-studie 2013/2, p. 110
  6. Martine Corijn. Gezinstransities in Vlaanderen. SVR-studie 2013/2, p. 40
  7. Martine Corijn. Gezinstransities in Vlaanderen. SVR-studie 2013/2, p. 367
  8. Martine Corijn. Gezinstransities in Vlaanderen. SVR-studie 2013/2, p. 370
  9. Currie C et al., eds. Social determinants of health and well-being among young people. Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) study: international report from the 2009/2010 survey. Copenhagen, WHO Regional Office for Europe, 2012 (Health Policy for Children and Adolescents, No. 6). Available in: http://www.euro.who.int/__data/assets/pdf_file/0003/163857/Social-determinants-of-health-and-well-being-amongyoung-people.pdf
  10. Madkour AS et al. Early adolescent sexual initiation as a problem behavior: a comparative study of five nations. Journal of Adolescent Health 2010;47(4):389–398.
  11. Louie KS, de Sanjose S, Diaz M et al. Early age at first sexual intercourse and early pregnancy are risk factors for cervical cancer in developing countries. Br J Cancer 2009;100:1191–7.
  12. Ma Q1, Ono-Kihara M, Cong L, Xu G, Pan X, Zamani S el tal. Early initiation of sexual activity: a risk factor for sexually transmitted diseases, HIV infection, and unwanted pregnancy among university students in China. BMC Public Health 2009;22,9:111.
  13. Kaestle CE, Halpern, CT, Miller WC & Ford CA. Young age at first sexual intercourse and sexually transmitted infections in adolescents and young adults. A J Epidemiology 2005; 161,774–780.
  14. Eshbaugh EM, Gute G. Hookups and sexual regret among college women. Journal of Social Psychology 2008;148:77–89.
  15. Osorio A, Lopez-del Burgo C, Carlos S, Ruiz-Canela M, Delgado M & de Irala J. First sexual intercourse and subsequent regret in three developing countries. Journal of Adolescent Health 2012;50:271-278.
  16. Hallfors DD, WallerMW,Ford CA, et al. Adolescent depression and suicide risk: Association with sex and drug behavior. Am J Prev Med 2004;27:224–31.
  17. Kaltiala-Heino R, Kosunen E, Rimpel ÅM. Pubertal timing, sexual behavior and self-reported depression in middle adolescence. J Adolesc 2003;26:531–45.
  18. Heidmets L, Samm A, Sisask M, et al. Sexual behavior, depressive feelings, and suicidality among Estonian school children aged 13 to 15 years. Crisis 2010;31:128–136.
  19. De Irala J, Osorio A, Carlos S, Ruiz-Canela M, López del Burgo C. Mean age of first sex: Do they know what we mean? Archives of Sexual Behavior 2011;40:853-855
  20. Madkour AS, Farhat T, Halpern CT, et al. Early Adolescent Sexual Initiation as a Problem Behavior: A Comparative Study of Five Nations. Journal of Adolescent Health. 2010;47(4):389-98.
  21. Halperin DT, Steiner MJ, Cassell MM, Green EC, Hearst N, Kirby D et al. The time has come for common ground on preventing sexual transmission of HIV. Lancet 2004;364:1913–5
  22. https://www.druglijn.be/drugs-abc/alcohol/veelgestelde-vragen/mag-ik-mijn-dochter-van-tien-alcohol-laten-proeven
  23. https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2017/11/23/cultuurminister-gatz-lanceert-bevraging-grensoverschrijdend-gedr/
  24. https://www.allesoverseks.be/themas/seks-in-de-praktijk/sekstechnieken/anale-seks/hoe-hou-je-het-proper-bij-anale-seks
  25. https://www.allesoverseks.be/themas/seks-in-de-praktijk/experimenteren-met-seks/hoe-heb-je-een-trio-met-je-lief
  26. Kim Peeters, Bart Degryse, Erika Frans, Sandra Van den Eynde, Lies Verhetsel. Relationele & seksuele vorming. Handboek voor secundair onderwijs. 2011. p. 231
  27. Kim Peeters, Bart Degryse, Erika Frans, Sandra Van den Eynde, Lies Verhetsel. Relationele & seksuele vorming. Handboek voor secundair onderwijs. 2011. p. 23
  28. Kim Peeters, Bart Degryse, Erika Frans, Sandra Van den Eynde, Lies Verhetsel. Relationele & seksuele vorming. Handboek voor secundair onderwijs. 2011. p. 24
  29. http://www.who.int/mediacentre/factsheets/fs351/en/
  30. RIZIV consensusvergadering 16 mei 2013: Adequaat gebruik van de hormonale contraceptie.