Center for Family & Human Rights, 2016

Het ouderlijk gezag maakte een comeback in drie VN resoluties over kinderen deze week, iets wat een jaar geleden nog onmogelijk werd geacht

Maandagmorgen werd hoorbaar naar adem gesnakt op de vloer van de VN-conferentieruimte toen de uitslag van de stemming van het derde comité van de VN verscheen op het overheadscherm. De stemming was afgesloten. Leiding van de ouders in seksuele opvoeding had het die dag onverwachts gehaald, omdat de Verenigde Staten vóór stemden.

Afrikaanse naties orkestreerden een succesvol salvo van vijandige amendementen op drie resoluties waarin wordt opgeroepen tot seksuele voorlichting voor jonge kinderen. De Afrikanen waren onvermurwbaar en stelden dat elke resolutie die gaat over seksuele voorlichting door lidstaten of het VN-systeem een waarschuwing moeten bevatten wat betreft een “aangepaste richting en begeleiding door ouders en wettelijke voogden”.

De kleine eilandstaat St. Lucia (Caraïben) introduceerde in samenwerking met de Afrikanen, als eerste een amendement. Het heeft het begrip leiding van de ouders in seksuele voorlichting afgelopen vrijdag ingevoerd in een resolutie over adolescenten en jongeren, gedefinieerd door de VN als beginnend op 10-jarige leeftijd.

“Ouders en het gezin spelen een belangrijke rol bij het begeleiden van kinderen”, zei de afgevaardigde in de Algemene Vergadering. Ze zei dat de oorspronkelijke tekst in de resolutie “niet toereikend” was omdat het de rol van de ouders verlaagde tot dat van gelijke partners met de jongeren, zorgverleners en opvoeders. Ze wees naar het VN-verdrag over de rechten van het kind dat de rechten van ouders erkent om de opvoeding van hun kinderen te leiden.

Hoewel dat amendement in de resolutie over jeugd niet is gelukt, werd precies hetzelfde amendement door de Afrikaanse groep ingediend bij dezelfde paragrafen over seksuele voorlichting en ook aangenomen in drie andere resoluties over het meisje, de rechten van het kind en meisjes met een handicap. Het zuchten van een aantal leden van de VN maakte plaats voor applaus bij elk aangenomen amendement.

Zichtbaar gefrustreerde hebben Europese en Latijns-Amerikaanse afgevaardigden om stemming over deze amendementen verzocht, een verzoek dat alleen wordt gedaan in VN-onderhandelingen wanneer de inzet groot is. Deze delegaties slagen er vaker wel dan niet om deze procedureregels in hun voordeel te gebruiken. Deze keer werden ze eruit gemanoeuvreerd door de Afrikanen in drie resoluties.

De Europese Unie zei dat zij de paragraaf over seksuele voorlichting niet als een consensus beschouwden. Ze kregen bijval door afgevaardigden uit Latijns-Amerika die ze “zeer problematisch” noemden. De vertegenwoordiger van Canada zei: “we kunnen dit niet accepteren.” Een Australische afgevaardigde zei dat ze “buitengewoon teleurgesteld” was. Velen rechtvaardigde hun weerstand omdat het zou gaan om een technisch aspecti en niet om een wezenlijke inhoud.

Een afgevaardigde uit Noorwegen was transparanter en zei dat ze het uitgangspunt van de amendementen niet kon aanvaarden omdat “kinderen vrij en autonoom moeten beslissen” over aangelegenheden met seksuele en reproductieve gezondheid.

Een Egyptische afgevaardigde die namens alle Afrikaanse landen sprak, behalve Zuid-Afrika reageerde met gelijke transparantie, “Onze Afrikaanse cultuur respecteert ouderlijke rechten” en “Egypte verwerpt pogingen van bepaalde landen om hun opvoedingssysteem aan anderen op te leggen.”

De Verenigde Staten en de Heilige Stoel benadrukten de rol van ouders bij seksuele voorlichting en verwierpen abortus als een onderdeel van seksuele en reproductieve gezondheid.

VN-agentschappen blijven “brede seksuele voorlichting” promoten via hun kantoren in de hele wereld, hoewel de Algemene Vergadering dit vorig jaar verwierp. Het gebrek aan consensus over deze kwestie heeft tot nu toe pogingen verijdeld om dit soort seksuele opvoeding te legitimeren in de VN-programmering.

© 2016 C-Fam (Center for Family & Human Rights).
Permission granted for unlimited use. Credit required.
www.c-fam.org