Het wetsvoorstel van Elisabeth Meuleman (Groen) en Caroline Gennez (sp.a) betreffende genderbewust onderwijs en meer kwaliteitsvolle relationele en seksuele vorming (RSV) op school zal worden besproken in de Commissie Onderwijs. Graag willen we als Comité Bezorgde Ouders hierover onze opinie delen.

Dit wetsvoorstel is duidelijk ideologisch getint. Het Comité Bezorgde Ouders (CBO) vraagt zich af waarom één ideologie aan allen wordt opgedrongen?

Volgens het wetsvoorstel is naast het geslacht en de seksuele geaardheid de genderidentiteit belangrijk. Dat laatste verwijst naar de mate waarin iemand zich mannelijk of vrouwelijk ‘voelt’. Net zoals bij de nieuwe transgenderwet stelt men niet het biologisch gegeven centraal bij het bepalen van de identiteit maar het gevoel. Wetenschappelijk bepalen de chromosomen van elke cel het geslacht, het biologisch gegeven zit dus veel dieper dan louter de uiterlijke kenmerken. Nu maken ze een bocht van 180 graden. Men laat het gevoel primeren, voel ik me een jongen of meisje. Het uiterlijk kan of moet dan maar eraan aangepast worden en wat onder de kleren zit is privé.

Om diverse redenen kan tijdens de groeifase er een verlangen zijn om tot het andere geslacht te horen, maar in hoeverre is dat van blijvende aard? Is het goed om dit reeds te bevestigen van jongs af aan, en deze tiener hormonen te laten innemen zodat de kenmerken van het geslacht van subjectieve voorkeur zichtbaar worden? Hoe gezond is dit en wat zijn de nevenwerkingen hiervan op lange termijn? Gaat het hier om een identiteitscrisis of een gendercrisis?

Nu men in het onderwijs meer aandacht wil besteden aan genderbewust onderwijs, wil men een ideologie ingang doen vinden, waarbij er meer ruimte zal komen voor het gevoel dan voor het wezenlijke man-vrouw zijn. Dit d.m.v. gender-expressie, nieuw ingevulde genderrollen, het openstaan voor niet-heteroseksualiteit. We zien dat vooral de organisaties Sensoa, Cavaria, Jong & Van Zin, het voortouw nemen bij de invulling van die ideologie. Zij zijn ‘de experten’. Zij zijn het die deze materie brengen in de scholen en zij zijn het die de huidige leerkrachten willen versterken via externe coaching en e-learning. Daar men duidelijk behoedzaamheid ervaart bij de leerkrachten verwijst men naar het inschakelen van experten, dan heeft men alle touwtjes in handen. Het laatste nieuwe fenomeen is dat men de jeugd zelf inschakelt om te doceren. Het peer-to-peereffect moet de doorbraak geven.

De heteronorm zou zwaar wegen, een starre visie op gender zou leiden tot seksuele ongezondheid en deze discriminatie in de scholen zou door middel van transparante procedures aangepakt moeten worden, stellen de protagonisten. CBO wil zeker niet discrimineren en beseft dat er jongeren zijn die struggelen met hun geslacht. Deze jongeren hebben goede ondersteuning nodig. Maar wij willen niet dat de uitzonderingen als norm gelden waarbij het man-vrouw zijn wordt ontkracht, het moeder en vader zijn wordt genivelleerd, en de afstammingrecht chaotisch wordt.

Het wetsvoorstel pleit in zijn aanhef voor een ‘ruime’ positieve benadering van seks, voor een ‘brede’ RSV, ‘recht op’ correcte informatie en vorming van seks. Dat jongeren hierdoor hun eerste geslachtsgemeenschap zouden uitstellen wordt niet gestaafd met bronnen en is ongeloofwaardig. We zien dat de jeugd hoe langer hoe jonger seksueel actief wordt, en dat grensoverschrijdend gedrag bij tieners steeds meer gesignaleerd wordt. Tieners kennen hun grenzen niet, maar ze worden ook niet aangeleerd. RSV op te jonge leeftijd is ongezond en maakt het seksleven vroegtijdig wakker. Daar zijn ze nog niet rijp voor. Zij worden een vals gevoel van veiligheid bijgebracht door het aanbevelen van contraceptieve technieken en belangrijk relationele aspecten hebben ze zichzelf nog niet eigen gemaakt.

Voorts maakt men kritiekloos gebruik van statistieken die vermeld zijn in proefschriften van studenten om feiten aan te tonen. Dit is allesbehalve professioneel werk en weinig gezaghebbend. Hiermee wil men aantonen dat het niet om enkele randgevallen gaat, maar dat velen worstelen met hun gender en dat dit hun ontwikkelingskansen afremt. Deze ideologie moet in eindtermen geconsolideerd worden en er moet toezicht zijn op de uitvoering ervan. Hierbij wordt ieder die niet meegaat in deze ideologie bestempeld als eng, homofobisch, zelfs schuldig waarbij een kordate aanpak nodig is van de overtreders! Via het begrip van zogezegde maar valse discriminatie wordt iedereen die het met die ideologie niet eens is het zwijgen opgelegd. De vrijheid van het onderwijs wordt hier geweld aangedaan. Mensen met een ander visie worden gediscrimineerd!

Het is goed dat het Vlaams Parlement de minimumdoelen vastlegt in eindtermen, zoals vrijheid van mening, anti-discriminatie. De onderwijskoepels vertalen die eindtermen volgens hun pedagogisch project in leerplannen. Dat is een overzicht van de leerstof die in een klas moet worden behandeld. Belangrijk is te weten dat ouders de eerste verantwoordelijken zijn voor de opvoeding. Daarom is het goed dat zij mede inspraak krijgen bij het invullen en het concretiseren van de eindtermen RSV.

Dat RSV gedoceerd wordt in de levensbeschouwelijke vakken is een goede werkbare formule. Hier heeft men de tijd om deze thema’s grondig te bespreken volgens de ideologie van de school of gekozen door de leerling/ouder. Het is niet aan de Staat om een ideologie op te leggen. Het is de taak van de Staat om de ouders bij te staan in hun opvoedingstaak, subsidiair, dit betekent vrijheid van mening te bewaken waarbij niemand in diskrediet komt.

Namens Comité Bezorgde Ouders

Wetsvoorstel genderbewust onderwijs >> http://www.tegenstroom.eu/source_bezorgde_ouders/Genderbewust%20onderwijs.pdf