Januari 2020,  Europees Instituut voor Bio-ethiek.

C:\Users\Brochier\AppData\Local\Temp\7zO882B0C77\ieb_logo_nl.png

Het wetsvoorstel inzake zwangerschapsafbreking, dat sinds oktober 2019 in het federale parlement in bespreking is, bevat verschillende bepalingen die bedoeld zijn om abortus uit het strafrecht te halen. Dit voorstel komt op nauwelijks iets meer dan een jaar nadat al een wet over dit onderwerp goedgekeurd werd op 15 oktober 2018. Die wet wordt momenteel aangevochten voor het Grondwettelijk Hof.

Onderhavig Dossier van het Europees Instituut voor Bio-ethiek maakt een stand van zaken over de inhoud, de filosofie en de effecten van het wetsvoorstel dat nu voorligt. De analyse heeft betrekking op de depenalisering van abortus en op mogelijke alternatieven die de naleving van de nieuwe richtlijnen inzake abortus zouden moeten waarborgen

Abortus uit het strafwet halen:

Weer een onwerkbare wet?

Inleiding – Inhoud van het voorstel

 

Het wetsvoorstel om “tot versoepeling van de voorwaarden om tot een zwangerschapsafbreking over te gaan” bevat talrijke bepalingen, waarvan sommige specifiek betrekking hebben op de kwestie van strafrechtelijke sancties.

Hier volgt een volledig overzicht, gebaseerd op de versie die in tweede lezing is aangenomen door de Commissie Justitie van de Kamer van Volksvertegenwoordigers:

  • De termijn binnen dewelke een abortus toegelaten is, wordt verlengd van 12 tot 18 weken zwangerschap (4,5 maanden zwangerschap of 20 weken na het uitblijven van de maandstonden, in het dagelijks taalgebruik)
  • De verplichte minimale bedenktijd (na de eerste raadpleging) wordt ingekort van 6 dagen tot 48 uur (behalve bij dringende medische redenen
  • Geschrapt wordt: de verplichting om zwangere vrouwen te informeren over de financiële, sociale en psychologische hulp die de wet aanreikt aan gezinnen, moeders (alleenstaand of niet) en hun kinderen bij wet bieden, evenals de mogelijkheden tot adoptie van het ongeboren kind. Voortaan zou enkel nog, na de abortus, “medische en psychosociale ondersteuning voor de vrouw” aangeboden worden
  • De mogelijkheden van medische zwangerschapsafbreking worden uitgebreid. Medische zwangerschapsafbreking” wordt toegelaten als er een hoog risico is, volgens de huidige stand van de wetenschap, en niet langer alleen “wanneer het zeker is dat het ongeboren kind zal lijden aan een bijzonder zware ziekte, die als ongeneeslijk aanzien wordt op het moment van diagnose ”, zoals de wet momenteel voorziet.
  • Overeenkomsten tussen artsen en zorginstellingen die de praktijk van abortus uitsluiten, zijn voortaan verboden: “Geen enkele arts kan op grond van een overeenkomst worden belet om een vrijwillige zwangerschapsafbreking te verrichten.”
  • Het misdrijf van verhindering van de abortus wordt uitgebreid: Wie een vrouw “fysiek probeert te weerhouden”, “op welke manier dan ook“, wordt voortaan gestraft voor het betreden van een faciliteit die abortussen uitvoert. De voorziene straf is een gevangenisstraf van drie maanden tot een jaar en een boete van honderd tot vijfhonderd euro.
  • Abortus wordt voortaan beschouwd als een medische handeling: Wetten met betrekking tot de rechten van de patiënt en de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen zullen voortaan abortus als medische behandeling opnemen.